Post, toen en nu.
Een hele tijd geleden, toen ik een jaar of 10 was, waren het spannende tijden om bijvoorbeeld tijdens een verlofperiode thuis te zijn. Elke dag, zo rond een uur of 10, hoorde ik de klep van de brievenbus in onze voordeur toe slaan. Zo een klep waar menig postbode de topjes van zijn/haar vingers bij verloren heeft.
(Met bloed en al!)
*Klap* de sprint naar de voordeur werd ingezet. Haasje-over m’n broer. Ha! Ik was eerst om de post van de dag bij elkaar te scharrelen. Zat er iets voor mij bij?
Dagelijks hoopte ik dat er een kaartje of wat reclame voor mij, en voor mij alleen, in de bus zou zitten. Verjaardagen waren eens zo leuk als het hoopje uitpuilde van de kaartjes. Ik hield ervan.
Vandaag, x aantal jaar later, ben ik nog steeds wel benieuwd of er post voor me is. Alleen veranderde dat ene kaartje of leuke reclamefoldertje in een stapel ongeïnspireerde doelloze reclame, rekeningen en andere verkoopspraat. De week gaat voorbij en die stapel, die wordt maar groter en groter. Ik zal het later allemaal wel eens lezen, denk ik dan.
Toch, één ding blijft constant in m’n verhaal. Die kaartjes, daar blijf ik van houden. Een onverwacht verhaal of een beeld van een ver land. Het doet met even wegdromen en terugdenken aan m’n jeugd. Was alle post nog maar zo spannend.